Op pad in Rotterdam

Wandeling A - deel 3 "Hoboken, Scheepvaartkwartier en het Park" (6km)



Kaart van de wandeling

Nummers <1> t/m <10> in de tekst corresponderen met nummers op de kaart.

 


 
Restaurants in het Nieuwe Werk

…van Leuvenhoofd via Museumpark en Scheepvaartkwartier naar het Park…

We vervolgen de wandeling voor het Hotel Intel ( Leuvehaven). We lopen naar het stoplicht.

Leuvehaven

Tramhalte lijn 8, 20/23/25

<1>

Links zien we het monument "de Boeg" ter nagedachtenis aan de gevallen zeelieden der koopvaardij uit de Tweede Wereldoorlog. Recht voor ons zien we de Erasmusbrug en op de achtergrond de hoogbouw van de Kop van Zuid. De Erasmusbrug is in 1996 geopend. Het is Erasmusbrugeen tuibrug en de pyloon is ruim 123m hoog. Dat was op zich al groot nieuws. De brug kwam opnieuw in het nieuws toen de tuien bij een combinatie van matige wind en lichte regen heftig gingen trillen (harde storm was geen probleem!). Inmiddels is het probleem al lang uit de wereld door het aanbrengen van nieuwe schokbrekers.

We steken bij het stoplicht de Schiedamsedijk over (naar rechts) en lopen het Vasteland op.

Begin 17e eeuw worden de erven in dit gebied  verkocht. De meeste erven ten Westen van de Leuvehaven blijken echter regelmatig te verzakken, hetgeen de kopers op hoge kosten jaagt. Alleen het deel waar we nu staan bleek op vaste grond te staan, waardoor het de naam Vasteland kreeg. Het gebied tussen de Schiedamsedijk en de Schiedamse Vest werd vanaf 17e eeuw dichtbebouwd en slechts door smalle steegjes doorsneden. Deze stadsuitbreiding is ook bekend onder de naam: Het Nieuwe Werk. In het bombardement van 1940 is dit geheel verwoest. Na de oorlog is dit gebied nogal onplanmatig volgebouwd met kantoren en woningen. Met name de Schiedamse Vest maakt een nogal rommelige indruk.

Op de hoek van Schiedamse Vest en Vasteland staat de Russisch-Orthodoxe St Nicolaaskerk. Deze parochie valt onder het bisdom Den Haag en Nederland van het Patriarchaat Moskou. De architectuur van de één-koepelige  kerk lijkt op die van de beroemde Pokrovana-Nerli (kerk van de Bescherming van de Moeder Gods aan de Nerli in Rusland). De kerk is een opvolger van een (te kleine) kapel in een woonhuis aan de Persijnstraat en werd in 2004 ingewijd. 

We lopen door, de Schiedamse Vest laten we rechts liggen.

We komen nu buiten het (ooit door stadsmuren beschermde) gebied van de oorspronkelijke stad. Tot begin 19e eeuwWEstersingel bleef de woningbouw van Rotterdam binnen de stadsvesten. Pas in 1811 werd het ambacht Cool geannexeerd. Voor die tijd was er hier al wel bedrijvigheid - waarvoor in de stad wegens ruimtegebrek of overlast geen plaats was - naar toe verplaatst. Ook waren er moestuinen van minder bedeelde Rotterdammers. Maar het grootste deel van de Coolpolder bestond uit buitenverblijven voor de rijken. Permanente bewoning was niet of nauwelijks toegestaan, maar langs de door deze welgestelden aangelegde lanen had de stad weinig gezag. Ze werden daarom ook wel de lanenrepubliek genoemd.  In het midden van de 19e eeuw barste Rotterdam uit zijn voegen en lanceerde hoofd Stadsontwikkeling Rose zijn Coolpolderplan. De polder werd bebouwd langs de lanen die langs de voormalige buitenverblijven liepen. De Westersingel werd aangelegd als nieuwe westgrens van de stad. Aanvankelijk zou de singel alleen een wandelgebied worden met een belangrijke functie voor de waterhuishouding van de stad. Het landschapsontwerp is van de Haarlemse tuinarchitecten Zocher, die ook het Park (zie verderop in deze wandeling) en het Vondelpark in Amsterdam ontwierpen. Tussen 1864 en 1880 verrezen aan de Westersingel, Eendrachtsweg en Mauritsweg statige herenhuizen, die de nieuwe stadsrand een voornaam uiterlijk gaven.

Bij het stoplicht steken we de Westersingel over en slaan die straat rechts in.

Tramhalte lijn 7 (Scheepstimmermanlaan), 8 Westersingel (Vasteland)

 

In mei 1940 is de wijk Cool grotendeel verwoest door het Duitse bombardement op de stad, met uitzonderingop het zuidelijk deel en de Westersingel na. Daarom Westersingel 91 zien we hier ook nog de herenhuizen staan uit de 2e helft van de vorige eeuw. Het gebouw op nr. 114 is het voormalige gemaal, ontworpen door GJ de Jongh in 1891. Het moest het water uit de Westersingel afvoeren naar de Nieuwe Maas. De meeste panden op de nrs 103-109 hebben Art Nouveau elementen en werden in 1904 en 1905 gebouwd.  Het pand op 101-102 heeft een Grieks tempelfront en is geïnspireerd op het Duitse neoclassisime. Het stamt uit 1871. Nrs 97-98 werden gebouwd in 1877 en heeft (typisch Rotterdams) zijn ingang in een uitbouw aan de zijkant. Hierdoor wordt de voorgevel breder, maar er is geen mogelijkheid voor een imposante ingang. Op nr 91 weer een (asymmetrische) Art Nouveau-gevel.

We lopen door tot de stenen brug over de Westersingel.

Bij de brug over de Westersingel staat een beeld naar een voorbeeld van een tekening van Pablo Picasso (1881-1973). De beeldhouwer was een bekende van Picasso, de noor Carl Nesjar (1920). Het beeld stond sinds 1970 oorspronkelijk op de hoek van het Weena  en het Kruisplein, maar is in 2003 verplaatst. Het heet Sylvette, genoemd naar een model van Picasso waarvan hij in 1954 meer dan 40 tekeningeRemonstrantse kerkn en schilderijen maakte.

Op de hoek met Museumpark (nr. 76) staat de Remonstrantse kerk uit 1897. Tot dan toe hadden de Remonstranten slechts een schuilkerk ter beschikking, hoewel dat na 1795 niet meer nodig was. De Remonstrantse kerk ontstond in de 17e eeuw na een theologisch conflict in de Hervormde Kerk tussen de aanhangers van twee Leidse theologen Arminius (Remonstranten) en Gomarus (contra-remonstranten) over het leerstuk van de voorbestemming (predestinatie). De strijd kreeg een politieke dimensie en het pleit werd gewonnen door de Gomaristen nadat stadhouder Maurits van Oranje zich achter de contra-remonstranten had gesteld. Dat deed hij vooral, omdat zijn rivaal Van Oldebarneveld, de raadspensionaris van Holland,  de Remonstrantse richting koos. Het kostte Van Oldenbarneveld, die raadspensionaris van Rotterdam was geweest, uiteindelijk letterlijk de kop. De Remonstranten konden daarna hun geloof niet meer openlijk belijden. Na inval van de Franse revolutionaire troepen en de oprichting van de Bataafse Republiek kon dat weer wel.  Van de kerk hier valt de toren valt het meest op. Het portaal aan de Westersingelzijde wordt gesierd met het motto: "Eenheid in het nodige, Vrijheid in het onbekende, In alles de Liefde". Daarboven is een mozaïek te zien met een engel en de letters alpha en omega. De kerk heeft een prachtig klassiek interieur (helaas niet te bezichtigen) en vele Jugendstil details. Het ontwerp is van Henri Bremer, die ook het Rotterdamse stadhuis ontwierp in 1922. Onder de naam Arminius is de kerk ook een centrum voor debat en lezingen.

Tramhalte lijn 7 (Museumpark)

We slaan linksaf het Museumpark in.

<2>

We komen nu in het voormalige Land van Hoboken. Het land van Hoboken is begin 18e eeuw door de reder en koopman Anthony van Hoboken (1756-1850) aangekocht. Het landgoed was 56 ha groot en werd begrensdMuseum Boijmans Van Beuningen door de Nieuwe Binnenweg, de Coolhaven en de Westzeedijk. Zijn zoon liet er na de dood van Anthony in 1852 een villa bouwen. Het landgoed bleeft tot 1924 in familiebezit, toen de gemeente het aankocht. Aan de linkerzijde staat het Museum Boymans Van Beuningen. Aanvankelijk was de, door de advocaat  Boijmans aan de stad nagelaten kunstverzameling, ondergebracht in het Schielandshuis. De ondernemer Van Beuningen (Steenkolen Handelsvereniging) was van belang bij de financiering van de bouw van dit nieuwe museumgebouw in 1935 en droeg veel bij aan de uitbreiding van de collectie. Bij zijn dood in 1955 werd zijn privé collectie aan de gemeente nagelaten. Sindsdien draagt het museum ook zijn naam. Dirk Hannema, directeur van het museum van 1921 tot 1945 was inhoudelijk verantwoordelijk voor de uitbouw van de collectie tot een hoogstaande verzameling van internationaal niveau. De nieuwbouw voor het museum was nodig omdat de collectie te groot werd voor het Schielandhuis. Stadsarchitect Van der Steur ontwierp het gebouw, dat in 1935 werd voltooid. Er was veel kritiek uit hoek van de Nieuw-Zakelijke bouwers op het zeer traditionele ontwerp. Van der Steur had zich met name laten inspireren door het Stadhuis van Stockholm uit 1923. De toren heeft de functie van opbergruimte. De lantaren is ’s avonds verlicht. Aan de linkerzijde is het museum in 2003 uitgebreid met een moderne aanbouw van de Belgische architecten Robbrecht en Daem. De uitbreiding ging ten koste van een villa aan de Westersingel en geeft het museum een "adres" aan de Westersingel, de culturele as van de stad. Aan de rechterzijde van de straat liggen een zestal villa’s. Op nr. 9 staat het woonhuis van de huisarts Boevé. Het is een ontwerp van het architectenduo Brinkman en Van der Vlugt, representanten van het Nieuwe Bouwen en gebouwd in 1933. Het gebouw is vanwegeWoonhuis Bouvé de zachte bodem lichtgebouwd. Op de begane grond bevonden zich de woonvertrekken en de praktijkruimte. De slaapkamers zijn op de eerste etage. De principes van de Nieuwe Bouwers met betrekking tot natuur en gezondheid komen tot uitdrukking in de daktuin en de fitnessruimte op het dak. De woning raakte in het nieuws in 1994 toen burgemeester Peper voorstelde om het pand als ambtswoning aan te kopen. Ondanks de relatief hoge aankoopsom van 1,3 miljoen gulden was de gemeenteraad zeer positief vanwege de architectonische waarde en de ligging van het pand tussen een aantal culturele instellingen. De stemming sloeg om toen er een miljoenen kostende verbouwing nodig bleek te zijn om de woning aan de wensen van Peper aan te passen. De koop ging uiteindelijk niet door en Rotterdam heeft nu nog steeds geen ambtswoning voor de burgemeester.

Op de hoek met de Jongkindstraat staat een villa naar een ontwerp van Leonard Stokla (1938), een oud-medewerker van de architect Kromhout (Heineken Brouwerij in Crooswijk, Hotel Américain in Amsterdam). Het is een stuk lichtvoetiger van ontwerp dan de villa’s van Brinkman en Van der Vlugt, met name de ronde balkons en de luifels getuigen hiervan. De tweede verdieping is in 1952 toegevoegd door de architect Groosman. Hier is sinds 1993 het Chabot Museum, gewijd aan de expressionistische Rotterdamse schilder Hendrik Chabot (1894-1949), gevestigd.

We gaan rechtsaf de Jongkindstraat in.

Op nr 12 staat de villa Sonneveld (1933). Dit is de andere villa van Brinkman en Van der Vlugt in dit wijkje. Sonneveld was één van de directeuren van de Van Nellefabriek, die beide architecten ook hebben ontworpen. De begane grond wijkt iets terug van de witte gevel, waardoor het huis wat los komt van deVilla Sonneveld grond. De dienstvertrekken zijn op de begane grond. Woonkamer is op de 1e verdieping. Hier valt het brede venster op (fenêtre de longueur), een idee ontleend aan de goeroe van de Nieuwe Bouwers, LeCorbusier. Ook deze villa beschikt over een dakterras. De inrichting van het huis is tot in de kleinste details modernistisch te noemen en was voor de familie Sonneveld een totale breuk met het wonen tot dan toe. Zij namen in 1933 zonder één meubelstuk mee te nemen hun intrek in de villa, die van alle denkbare gemakken van die tijd was voorzien. De villa was lange tijd eigendom van de Belgische regering en deed dienst als dienstwoning voor de consul. Dankzij de karigheid van de Belgen is er vrijwel niets aan het gebouw veranderd. In 1999 heeft het Nederlands Architectuur instituut de villa ter beschikking gekregen. De woning is  als museumwoning, compleet met meubilair uit die tijd, voor het publiek opengesteld in 2001. Toegangskaarten zijn verkrijgbaar in het Nederlands Architectuurinstituut aan de Rochussenstraat (links).

Op de Rochussenstraat slaan we linksaf

Eendrachtsplein

Tramhalte lijn 4, 7 (Eendrachtsplein)

Links staat het Nederlands Architectuur Instituut. Na een fusie met andere instellingen in 2012 heet het "Het Nieuwe Instituut". De ontstaansgeschiedenis van het instituut was niet eenvoudig. Er ging een heuse Amsterdam-Rotterdam strijd aan vooraf. Uiteraard won Rotterdam op goede argumenten. Het winnende ontwerp was (verrassend) van Jo Coenen. De drie functies van het instituut zijn in drie afzonderlijke gebouwdelen ondergebracht. Het archief in de kromming op de kollonade aan de Rochussenstraat, de staf en bibliotheek in het flatgebouw en de kubusvormige tentoonstellingsruimte aan de zijde van de Jongkindstraat. De arcade aan de Rochussenstraat is ’s avonds door gekleurde TL-buizen verlicht waardoor een dynamisch lichtkunstwerk (ontwerp Peter Struycken) ontstaat. Het gebouw is in 1993 opgeleverd.

We lopen onder de arcade door naar het andere uiteinde.

Nederlands Architectuur Instituut

Aan de andere zijde is een café-restaurant gevestigd met de naam van de architect Coenen.

We gaan links het trapje af

Links zien we nu de waterpartij met een kunstwerk van Auke de Vries. De hoofdingang van het Instituut ligt aan het  Museumpark. Als we rechts kijken zien we het voormalige Unilevergebouw van Mertens uit 1931. Het werd gebouwd in het kader van het Dijkzigtplan uit 1926, dat invulling moest geven aan het twee eerder door de gemeente aangekochte Land van Hoboken.. Het bestaat uit twee blokken, die worden verbonden door een tussenlid. Het trappenhuis met vergaderzaal is duidelijk zichtbaar. Het gebouw is inmiddels verbouwd tot Hogeschool. Unilever is verhuisd naar het Weena nabij het Centraal Station

We lopen linksom langs het water en steken bij de zebra over. We lopen nog iets verder en slaan dan rechtsaf het Museumpark in.

<3>

Het Museumpark is ontworpen door bureau OMA van de roemruchte Rem Koolhaas. Het ontwerp is in 1992 uitgevoerd. Het park is nadrukkelijk kunstmatig en sluit totaal niet aan bij de museumtuin van Boijmans en de daarnaast gelegen rozentuin. Veel beton en astfalt. Het begint met een boomgaard in eenMuseumpark schelpenveld.  Er achter ligt het evenemententerrein ( voor o.a. de Parade en de Openluchtbioscoop ), gevolgd door de Romantische tuin en de museumzone. Onder het museumpark is later een ondergrondse parkeergarage voor 1150 auto's gebouwd in één project met een ondergrondse waterberging van 10 miljoen liter om het stadsriool te ontlasten. Het is de grootste berging in zijn soort in Nederland. De bouw startte in 2005, maar door bouwtechnische tegenvallers (onverwacht oorlogspuin, verzakkingen in de buurt) liepen de kosten uit de hand en ontstond er een conflict tussen gemeente en aannemer. De bouw werd in 2006 stilgelegd, waarna er in 2007 bijna een politieke crisis over ontstond in de gemeenteraad. Het college van B&W overleefde de storm en na heronderhandeling met de aannemer werd het project eind 2007 hervat. In 2010 werd het eindelijk voltooid.

We lopen onder de boog door en de traptreden op. We houden links aan en gaan het kleine bruggetje over dat naar de Rozentuin leidt. We lopen rechtdoor.

Aan de linkerhand zien we de beeldentuin van het Museum Boijmans en de uitbreiding van het museum uit 1991 van Henket.

Aan het eind van het pad gaan we rechtsaf. We lopen de laan uit en door de poort.

De poort zijn de resten van een toegangshek van een 17e eeuwse boerderij, die aan het Toepad in Kralingen stond. De boerderij moest in 1958 wijken voor de aanleg van de Van Brienenoordbrug. Het toegangshek is toen naar hier in het museumpark verplaatst. Het is een rijksmonument.

Recht voor ons zien we de Grieks-Orthodoxe kerk van Rotterdam uit 1955, gewijd aan Sint Nicolaas, de beschermheilige van de zeelieden.

Monument GJ de Jongh en museum Boijmans van BeuningenWe slaan rechtsaf en lopen een monument in

Het monument is gewijd is aan de G.J. de Jongh, het hoofd Gemeentewerken tussen 1879 en 1910. De Jongh speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van stad en haven. De gemeenteraad talmde lang met een besluit tot aanleg van zo’n monument, zodat de zakenman Van Beuningen het zelf maar financierde. Het werd ontworpen door Van der Steur, die ook het museum Boijmans ontwierp. Het heeft de vorm van een brug. Het beeldhouwerk van Leendert Bolle stelt in "stripvorm" de ontwikkeling van Rotterdam voor sinds 1850 en de rol van De Jongh daarin. Het mozaïek van Gidding brengt de havenwerken in kaart. De statistiektableaus die de groei van de stad en de haven weergeven, zijn ontworpen door Hendrik Chabot.

We lopen het monument aan de andere kant weer uit. We steken het grasveldje over.

<4>

Voor ons zien we het Natuurhistorisch museum. Het is gevestigd in de voormalige villa Dijkzigt van de familie Van Hoboken uit 1852. Het is een neo-classicistisch bouwwerk van Metzelaar. De glazen uitbreiding dateert van 1995 en is ontworpen door bureau Mecanoo. 

KunstHalLinks staat de Kunsthal, een ontwerp van Rem Koolhaas uit 1992. Het gebouw dient als expositieruimte voor bijzondere tentoonstellingen waarvoor in de bestaande musea geen ruimte is. Het gebouw wordt doorsneden door een voetgangershelling die het Museumpark met de Westzeedijk verbindt. Het deel rechts van de hellilng bevat een auditorium en een restaurant, het grotere linkerdeel twee expositieruimtes. De grote hal boven heeft een transparant dak en een groot "etalagevenster". Op het dak wordt een grote installatietoren gebruikt als billboard om de tentoonstellingen aan te kondigen.

We lopen over de voetgangershelling door het gebouw naar de Westzeedijk.

De Westzeedijk maakte deel uit van de Schielandse Hoge Zeedijk. De dijk is rond het midden van de 13e eeuw aangelegd. Aan de overkant zien we het Koningin Emmaplein liggen. Hier staat een gaaf rijtje koopmanshuizen uit 1888, ontworpen door J.C. van Wijk. Het plein weerspiegelt zeer getrouw hoe het Scheepvaartkwartier er toen uitzag. In de volksmond werd het ook wel het "rijkeluishofje" genoemd. De Westzeedijk was in de 19e eeuw nog niet verhoogd, zodat de bewoners uitzicht hadden op het land van Hoboken. Nu nog huist hier het grote geld. De meeste panden worden bewoond door advocatenkantoren en financieringsmaatschappijen. Toch is er ook ruimte voor de spirituele kant van het leven: op nr. 3 is het Bisdom Rotterdam gevestigd. De siervaas in het plantsoen is in 1890 ontworpen door Berlage.

We lopen de Westzeedijk links op in de richting van de Westersingel. Bij de stoplichten slaan we rechtsaf steken de Westzeedijk over en lopen rechtdoor de Scheepstimmermanlaan in.

Tramhalte lijn 7, 8

We komen nu in het Scheepvaartkwartier. Het maakte deel uit van de stadsuitbreiding Nieuwe Werk en heeft zijn naamWestelijk handelsterrein te danken aan de pakhuizen en kantoren van scheepvaartmaatschappijen die er gevestigd waren en er deels nog zijn. Het gebied was de eerste stadsuitbreiding buiten de stadsmuren en buiten de dijken. In 1847 werd naar een plan van stadsarchitect W.N. Rose begonnen met inrichting van het gebied. Daar waar de Scheepstimmermanlaan op de Van Vollenhovenstraat uitkomt staat op no. 13-15 het Westelijk Handelsterrein uit 1894. Het werd gebouwd op initiatief van een aantal bij de handel betrokken Rotterdammers. Achter het herenhuis dat oorspronkelijk dienst deed als directeurswoning lagen 36 pakhuizen die tot het eind van de vorige eeuw nog in gebruik waren. Het complex werd vooral gebruikt voor de tijdelijke opslag van goederen en kleine industriële activiteiten. Gedurende de eerste wereldoorlog kreeg het bekendheid doordat de Distributiedienst er gevestigd was. Aanvankelijk was het complex erop gericht dat aan- en afvoer met paard en wagen plaatsvond, waarbij paarden permanent waren gehuisvest in de onderste bouwlaag. Later zijn de hellingbanen en de poort aangepast om de binnenstraten toegankelijk te maken voor vrachtauto's. Op het in stand gehouden grasdak graasden jarenlang schapen.
 In 2002 is het Westelijk Handelsterrein als cultureel winkel/uitgaanscentrum in het Scheepvaartkwartier geopend. De architecten Henk Klunder en Jan van der Weerd hebben het karakter van het complex in oude glorie hersteld en geschikt gemaakt voor de nieuwe functie. De overkapping is ontworpen door Mick Eekhout van Octatube (Delft). Een kijkje binnen is zeer de moeite waard. De panden links van het WHT zijn in de meeste gevallen neo-renaissance panden eveneens daterend uit eind 19e eeuw.

We lopen verder door de Van Vollenhovenstraat en komen op het Westplein

<5>

Links op het Westplein op no. 1-3 staat het Atlantic Huis (Buskens, 1930). Het was één van de eerste atlantic huisbedrijfsverzamelgebouwen in Nederland. Dit type gebouw met centrale voorzieningen als een parkeergarage (een novum in Rotterdam, toegankelijk vanaf de Houtlaan via een monumentale ingang), een gemeenschappelijke ontvangstuimte, bewaking en onderhoudspersoneel was uit de Verenigde Staten komen overwaaien. Het Atlantic huis zou de eerste in een serie worden. Er was al een Pacific Huis voorzien. De economische crisis van de jaren dertig voorkwam de realisatie hiervan. Het gebouw is in Art-Déco stijl gebouwd. Opvallend zijn de twee ronde hoeken die als torens het centrale deel met het zadeldak omkaderen. De glas-in-loodramen tussen de begane grond en de eerste verdieping vertellen het verhaal van het moderne op de toekomst gerichte Rotterdam met schepen, treinen, fabrieken, vliegtuigen en het Witte Huis. De twee reliëfs bij de entree van Willem Brouwer stellen de Griekse goden Hermes (handel) en Poseidon (zee) voor. Alleen tussen de verdiepingen is het dragende betonskelet zichtbaar. De rest is weggewerkt achter baksteen en natuursteen. Inmiddels is het pand herontwikkeld en zijn er op de lagen 2 tot en met 5 apartementen gerealiseerd. Op de 5e etage onder de schuine dakrand zaten oorspronkelijk archiefruimten. Vandaar dat de ramen daar erg klein zijn. Toch is men er in geslaagd ook daar appartementen in te passen. Op het dak zijn aan de binnenzijde van het U-vormige gebouw woonruimten (in moderne stijl) toegevoegd als dakwoningen of penthouses. In verband met straatlawaai en de horeca op de begane grond, is de eerste etage als kantoorruimte ingericht.

We gaan linksaf de Westerstraat in en vervolgens rechtsaf de Maasstraat in. 

De panden aan de rechterzijde dateren allen uit 1850 en zijn door de architect J.F. Metzelaar als woonhuizen met kantoor ontworpen. De nrs. 3 t/m 17 zijn rijksmonumenten.

Vervolgens gaan we weer rechtsaf de Willemskade op.

Recht tegenover de Willemskade aan de overzijde van de Nieuwe Maas zien we de Wilhelminakade. Het gebouw met de vier boogdaken en de glazen gevel is de voormalige vertrekhal van de Holland Amerikalijn. Een ontwerp van Brinkman, Van de Broek en Bakema uit 1945. Nu is het de Cruise Terminal Rotterdam, waar jaarlijks tientallen cruiseschepen aanmeren. Rechts er van staat het World Port Center (Norman Foster, 2000) waar het Havenbedrijf Rotterdam is gevestigd. Verder naar rechts staat het voormalig kantoor van de Holland Amerika Lijn (1901). In 1971 vertrok hier de "Nieuw Amsterdam" voor het laatst van de kade. In 1992 is het kantoorgebouw in oude luister hersteld en verbouwd tot Hotel New York.

Op Willemskade nr. 23 staat een Art Nouveau gevel uit 1904. Opvallend zijn de mozaïeken in de gevel met voorstellingen van de middeleeuwse kastelen Bulgersteyn en Weena. Bulgersteyn stond op de huidige Bulgersteinstraat (waar nu C&A staat) en het Hof van Weena stond iets ten noordoosten van het Hofplein.

WereldMuseum

Op nr. 25 staat het Wereldmuseum (voorheen Land en Volkenkunde). Het pand werd gebouwd in 1851 voor de Koninklijke Nederlandsche Yachtclub. Een chique zeilclub onder voorzitterschap van Prins Hendrik, de broer van koning Willem III. Vanaf het balkon konden de leden de zeilwedstrijden op de Maas volgen. De club werd in 1878 opgeheven. Rond de geschenken van de bereisde en welgestelde leden aan de club konden de collecties voor het Maritiem Museum Prins Hendrik (1878) en het Wereldmuseum (1883) worden opgebouwd. Beiden werden hier gevestigd. Het Maritiem Museum verhuisde later naar de Leuvehaven. In 1908 werd een etage toegevoegd.

We lopen rechts de hoek om (Veerkade).

Aan de linkerhand zien we op de Veerdam nr. 1 het clubhuis van de Koninklijke Zeil- en Roeivereniging de Maas uit 1908. De architect, Hooykaas, was zelf ook lid. Het gebouw is in Jugendstil uitgevoerd. Het clubgebouw is versierd met verschillende kleuren, motieven en een tegeltableau met golven. Het torentje op de hoek heeft dakpannen in de vorm van schubben. Hier vertrekken ook de watertaxi's naar Hotel New York. Iets verderop op het pleintje staat een monument voor Pieter Caland, de bedenker en ontwerper van de Nieuwe Waterweg, die Rotterdam sinds 1872 een korte en altijd bevaarbare verbinding met de Noordzee biedt.

Veerhaven met de societeit van Roever. DeMaasDe namen Veerhaven en Veerdam hebben betrekking op het veer van Rotterdam naar Katendrecht. Dit veer, ingesteld in de 2e helft van de 15e eeuw, kwam in 1599 in Rotterdamse handen. Het bleef bestaan tot 1968, toen de metro in bedrijf werd genomen.

We gaan langs de Veerhaven naar links langs het Westplein

Hier staan een vijftal borstbeelden  van Rotterdammers die veel betekenis hebben gehad voor economie, politiek en cultuur van de stad: de reder Van Hoboken, de zakenman en kunstverzamelaar Van Beuningen, de wetenschapper en filantroop Van Rijckevorsel, de bankier Mees en de fabrikant Jamin.

 en steken het Westplein bij de zebra rechtsaf over. Dan slaan we linksaf en lopen de Parklaan in.

Tramhalte lijn 7 (Westplein)

De Parklaan was oorspronkelijk de zuidelijke dijk van de Muizenpolder. De muizenplagen die dit buitendijkse gebied teisterden gaven de polder zijn naam. Ook de naam "Muizenverdriet" werd gebruikt vanwege het lot dat de muizen bij een overstroming te wachten stond. In deze polder hadden de Rotterdamse notabelen al in de 16e eeuw een buitenverblijf. Met de aanleg van het Scheepvaartkwartier Parklaanverdween het uitzicht op de rivier en eind 19e / begin 20e eeuw kwam de huidige bebouwing met kapitale villa's tot stand. De meeste villa's zijn rijksmonument. Op nr. 3 staat het huis dat voor dr. Elie van Rijckevorsel en zijn moeder is gebouwd. Van Rijckevorsel was de laatste telg uit een belangrijk Rotterdams koopmansgeslacht, die zijn leven niet aan de handel, maar aan de natuurwetenschap en de antropologie heeft gewijd. Hij promoveerde bij prof. Buys-Ballot (oprichter KNMI) in 1873 en verrichte voor hem metingen op een reis naar Nederlands-Indië. Tijdens die en volgende reizen verzamelde hij talloze kunstnijverheidsobjecten. Zijn verzameling stelde hij ten toon in het koetshuis, dat achter de villa is gelegen. Na zijn dood liet hij zijn verzamelingen na aan de gemeente Rotterdam en kwamen zij terecht in het Museum voor Land- en Volkenkunde (nu Wereldmuseum), Museum Boijmans-Van Beuningen en het Historisch Museum Rotterdam (nu Museum Rotterdam).

Het pand op nr.5  was het voormalige onderkomen van de Zweedse consulaat-generaal, en was later, door middel van een erfenis, als woonhuis gaan dienen. Door middel van gulle bijdragen van onder andere rederijen en een aantal grote bedrijven, kon pastor Hjort in eind mei 1947 tot de aankoop van het pand overgaan en hier de Zweedse Zeemanskerk openen. In 2018 moest de kerk helaas haar deuren sluiten.

Op nr. 9 vinden we Villa Maaslust. Het is in 1872 gebouwd in opdracht van Rudolf Mees (bank Mees & Zn) de broer van Marten Mees, een bekend bankier uit die periode. De archtitecten Van Binsbergen en Bellingwout bouwden in de traditie van Schinkel-Schule, een neo-classicistische stijl uit Duitsland. Lange tijd was het in gebruik van de belastingdienst.

Villa WelgelegenOp nr 11 is het voormalige Rozenlust. Het was door de watersnood in 1953 sterk verzakt en werd in de zeventiger jaren gesloopt. In 1985 is het vervangen door een villa in een soort neo-fake stijl. Parklaan 15 is villa Welgelegen, die ooit in bezit was van J. van Hoboken een nazaat van de reder Antony van Hoboken. Het is rond 1870 gebouwd. Van 1925 tot 1943 woonde Louis Jamin hier. Het is in zelfde soort stijl als no. 9 gebouwd. Het heeft de Korintische portico. Parklaan nr. 17 stamt ook uit 1870 en werd gebouwd voor Henri Jamin, de succesvolle Rotterdamse bakker en oprichter van de winkelketen Jamin.

We slaan rechtsaf de Kievitslaan in en zien rechts de ingang van Park Schoonoord.

Deze siertuin hoorde bij het buitenhuis van de familie Mees (Maaslust op Parklaan 9). De familie Jamin deed niet veel aan tuinieren en Mees kreeg voor elkaar om hun tuinen bij de zijne te trekken. In de tuin van Schoonoord, in 1860 ontworpen door J.D. Zocher - die ook het tegenover liggende Park ontwierp -  is de intieme rust van een achttiende eeuwse buitenplaats behouden gebleven. Sinds 1973 is de tuin open voor het publiek.

We lopen weer terug en slaan nu de Parklaan aan de andere (even) zijde linksaf in

De zuidzijde van de Parklaan kwam rond 1910 tot stand. Op nr. 46 woonde tot 1955 de koopman en kunstverzamelaar D.G. van Beuningen. Van Beuningen was oprichter van de Rotterdamse vestiging van de Steenkolen Handelsvereeniging (SHV). Hij speelde ook een belangrijke rol in de realisatie van het Feyenoord Stadion. Zijn kunstcollectie liet hij na aan de gemeente Rotterdam, die zijn naam aan het museum Boijmans toevoegde. Iets verderop, op de hoek met de Parkstraat staat de Parklaanflat uit 1931. Hier stond een onverkoopbare villa. Architect Van Tijen kocht het perceel aan, sloopte de villa en  bouwde voor eigen risico het flatgebouw met zes luxe appartmenten (één per woonlaag; 160m²) en een penthouse voor de architect zelf. Van Tijen was een architect van het Nieuwe Bouwen. ElevatorhuisHoewel het Nieuwe Bouwen beoogde massaal te bouwen voor minder draagkrachtigen, was in de dertiger jaren de tijd hier nog niet rijp voor. De draagconstructie bestaat uit een staalskelet met houten vloeren. Het heeft de eerste glazen gevel in Nederland.

Verderop staan een aantal panden in allerlei neostijlen met Art Nouveau elementen, m.n. op nrs 12, 26 en 44.  Op nr 14 is het belasting- en douanemuseum gevestigd. Het gebouw (rijksmonument) bevat belangrijke interrieuronderdelen uit de bouwtijd. Het pand links van het museum werd in 1910 gebouwd door architect A.W. Meyeneken in opdracht van de familie Cuijper uit Schiedam. Nu fungeert het pand als bibliotheek van het belasting- museum waarmee het sinds 1993 met een glazenluchtbrug is verbonden.Op nr 8 staat het Elevatorhuis uit 1919, eveneens rijksmonument en ontworpen door Michiel Brinkman voor de Graanelevatormaatschappij. Het pand in classistische stijl was modern voor die tijd met centrale verwarming en een lift. In het midden van het dakvlak is een halfrond natuurstenen reliëf van de Rotterdamse kunstenaar Bernard Richters aangebracht van een groot zeilschip tussen indrukwekkende graanelevatoren.

In het midden van de parklaan zien we in de groenstrook een monument ter ere van de schrijver Schürmann uit 1916. Deze leefde van 1876-1915 en was in Rotterdamse culturele kringen vermaard om zijn (volkse) toneelstukken en zijn monologen. Zijn stukken hadden naast een lichte toon ook een maatschappijkritische noot. Schürmann kon niet van zijn schrijverschap bestaan. Hij werkte ook als kleermaker vanuit zijn atelier op de Korte Hoogstraat. Op de fontein staan de titels van zijn meest bekende werken: De Berkelmans, Veertig, Paddestoelen en De Violiers.

<6>

We slaan de Parkstraat in en lopen die uit naar de Calandstraat.

In de Calandstraat zien we een aantal voormalige pakhuizen die inCaland Imiddels tot woningen zijn verbouwd. Tot 1902 lagen deze pakhuizen aan het water van de Westerhaven. De haven voldeed niet en werd gedempt.Rechts zien we het pand Caland II van de Stichting Studentenhuisvesting Rotterdam (SSHV). Dit was ooit een pakhuis van de Rotterdamsche Stoom-, Rijstpel- en Meelmolen en werd in 1856 gebouwd. De gevelindeling herinnert aan de traditionele pakhuizen, de kleine vensters aan weerszijde van de hijsluiken. Er tegenover aan de Zeemanstraat staat Caland I uit 1860, ook een (in 1983) tot studentenflat verbouwd pakhuis. Aanvankelijk diende het als lijnzaadverwerkend bedrijf waar men lijnolie (een basis voor verfstof) uit vlaszaad perste. Na de WOII vestigde de firma Reuchlin in het pand die het als wijnpakhuis gebruikte.

We slaan linksaf de Calandstraat in

Het blok, met op nr 11 het Marokkaanse consulaat heeft een lange Art Nouveau gevel. Het bestaat uit een linkerdeel uit 1930 en een rechterdeel uit 1911. Het blok op nrs 5-9 uit 1908 is vrij strak van vorm maar heeft onmiskenbaar Art Nouveau-elementen, zoals de versieringen in de vorm van palmtakken, wapens en schepen. Met name de suikertaartachtige torens doen aan Hongaarse Jugendstil denken. Hier tegenover ligt het voormalig pakhuis van de NV Hollandsch Veem uit 1856 , nu een appartementencomplex. De naam ‘Hollandsch Veem’ is de naam van het bedrijf die gebroeders Vervloet aan het einde van de 19de eeuw hebben opgericht voor de opslag en het transport van voornamelijk wijn. Voor WO II was Hollands Veem één van de grote veembedrijven in de Rotterdamse haven. Aan de gevel zitten nog bolders, die stammen uit de tijd dat de Calandstraat nog een haven was en hier schepen lagen afgemeerd.  Links op de hoek van de Calandstraat en de Veerhaven staat het pand uit 1904 van de firma Goudriaan. In dit pand, gebouwd in jugendstil van heldere verblendsteen zat ooit de Rotterdamsche Lloyd. Het torentje op de hoek heeft een ornament van Mercurius, de boodschapper van de Griekse goden en de god van de handel. Hier staat hij op een schip; elders in de gevel is zijn staf verwerkt. De Rotterdamsche Lloyd is in 1875 opgericht door Willem Willemszoon Ruys (jr) met als doel een geregelde stoomvaartdienst van Nederland naar Indië te onderhouden. Zijn eerste stoomschepen laat Ruys in Engeland bouwen. Later bestelt hij ook schepen bij de werf "De Schelde" in Vlissingen. In 1970 fuseert de Rotterdamsche Lloyd met drie andere rederijen tot de Nederlandse Scheepvaart Unie, die later Koninklijke Nedlloyd Kantoorgebouw Van Uden, Veerhavengaat heten. In 1985 verlaat de laatste telg (5e generatie) uit de familie Ruys de directie van de rederij. Midden op de Calandstraat voor het Rotterdamsche Lloydgebouw is een monument opgericht voor de vijf Rotterdamse gijzelaars, die in 1942 werden gefusilleerd als represaille voor een (mislukte) aanslag op een trein met Duitse soldaten door een verzetsgroep. Onder de gijzelaars was Willem Ruys (geb 1894), die vanaf 1940 directeur van de Rotterdamsche Lloyd was.

We gaan rechtsaf de Veerhaven op

en zien op nr. 14 en15 het kantoor dat in 1910 werd gebouwd voor de transportonderneming van de gebroeders Van Uden. Het werd ontworpen door De Roos en Overeynder in een soort rijke overgangsarchitectuur. De gevel heeft mooie Art Nouveau elementen, zoals de sierbanden en de smeedijzeren erker op de 2e etage. In dit scheepvaartkantoor zitten veel verwijzingen naar de zee en de scheepvaart. Zo hebben de vlaggenstoksteunen vormen van zeepaardjes, een scheepsboeg en vissen. Op een prachtige tegeltableeau staan een blazende wind, een windwijzer en de zeegod Poseidon met zijn drietand in een boot. Het interieur is echter Berlagiaans. In 1915 is het pand door dezelfde architecten aan de Noordzijde verdubbeld. Hoewel delen in 1948 en 1960 aan de achterzijden zijn aangebouwd is het pand tot in detail in authentieke staat.

<7>

Op de hoek van met de Westerkade staat het Westerkadehuis, het voormalige kantoor van de Steenkolen Handelsvereniging (SHV) het handelsimperium van de families Van Beuningen en Fentener van Vlissingen. Het bedrijf leverde bunkerkolen aan schepen en groeide later uit tot een conglomeraat van bedrijven, waartoe enige tijd ook de Makro behoorde. Het gebouw is in 1914 gebouwd door JP Stok Wzn. Ook dit gebouw is in overgangstijl gebouwd en is daarmee een goed voorbeeld van een kantoorgebouw van een Westerkadehuisgrote havenonderneming rond de eeuwwisseling. De gevel is opgetrokken uit vulkaansteen. Het balkon op de 1e verdieping is versierd met de vier "Atlanten", één met een schop, één met een grondboor en twee kolensjouwers verwijzen letterlijk naar de activiteiten van de SHV. In 1984 beëindigde de SHV haar Rotterdamse havenactiviteiten.

Voor het gebouw staat een beeld van Tsaar Peter de Grote uit 1997 van de beeldhouwer Leonid Baranov. Het is een geschenk van de Russische premier Tsjernomyrdin aan Nederland.

We lopen rechtsaf de Westerkade op.

De witte gevels van de panden tussen de Zeemanstraat en de Rivierstraat vormen één blok. Het blok is gebouwd door P. Vermaas in 1855. Achter de herenhuizen met tuintje gaan pakhuizen schuil, die doorlopen tot aan de Calandstraat. Dit zijn de laatste voorbeelden van woonhuizen met aangebouwde pakhuizen. De gevel is een merkwaardige mix van stijlen van Italiaanse renaissance tot Duiste neoclassisisme. Dat is goed te zien aan de pilaren, kroonlijsten en de pure stijlvormen zoals de symmetrie in de gevel. In feite camoufleert de gevel de bedrijfsgebouwen die er achter schuil gaan. In de schaarse bouwvoorschriften die de gemeente voor het Scheepvaarkwartier hanteerde was bepaald dat de gevels aan de Westerkade fraai van vorm moesten zijn en dus niet op pakhuizen konden lijken. In 2000 zijn de panden verbouwd tot apartementen. Op de hoek met de Kievitlaan staat het kantoorgebouw van de fima Vopak. Het kantoorgebouw is oorspronkelijk in 1965 gebouwd als vervanging van een aantal kleinere 19e eeuwse panden. Het vierkante torengebouw maakte er ook deel vanuit en had voor die tijd een in Nederland zeer zeldzame functie op het dak: een helicopterplatform. Het kantoorpand van Vopak is inmiddels vervangen door nieuwbouw van de architect Hoogstad, die overigens zijn eigen woonhuis en kantoor op de Westerkade heeft gebouwd naast het nieuwe Vopakpand. De kantoortoren uit 1965 is volledig gestript en herbouwd als deels kantoorgebouw, deels luxe appartementengebouw. 

We gaan vóór de café de Ballentent rechts en meteen linksaf de heuvel op.

Aan de rechterhand zien we het beeld van Koningin Wilhelmina door Charlotte Dorothee van Pallandt uit 1968.

We lopen omhoog en komen op de Parkkadepromenade. 

De heuvel is kunstmatig en opgeworpen uit grond afkomstig uit de Tweede Katendrechtsehaven. Directeur Plaatselijke Werken De Jongh bedacht de heuvel om overstromingen van het Park te voorkomen. Halverwege staat het chique restaurant Parkheuvel tegen de heuvel aangebouwd. Het staat op de plaats waar in 1897 het restaurant Bellevue was gebouwd. Dit brandde in 1975 af. Het modernistische restaurant van nu is ontworpen door Henk Klunder en werd in 1988 in gebruik genomen. Het was het eerste Nederlandse restaurant dat onder leiding van Kees Helder 3 michelin sterren verworf. Inmiddels zwaait hier Erik van Loo de scepter en hij heeft inmiddels 2 sterren in de beroemde restaurantgids veroverd.

We lopen tot het einde van de promenade en gaan de trap af.

<8>

Voor ons liggen het toegangshuisje van de voetgangerstunnel van de Maastunnel en rechts daarvan het ventilatiegebouw. Het plan voor een vaste oeververbinding speelde al lang in de Rotterdamse politiek. In 1931 kwamIngang fietserstunnel stadsbouwmeester Witteveen met een plan om de regionale en plaatselijke verkeersstromen te bundelen in een oeververbinding. L. van Dijk (hoofd gemeentewerken) deed een voorstel voor een tunnel. Een tunnel had het grote voordeel dat de scheepvaart niet gehinderd werd. Een delegatie van gemeentewerken ging in New York kijken naar de Holland Tunnel (Holland, 1927), maar de meeste inspiratie deed men in Antwerpen op bij de Scheldetunnel (Thonet, 1933). Behalve het oplossen van verkeersproblemen ging het ook om het neerzetten van een Rotterdams prestige object. De toegangsgebouwen, de filtergebouwen en de garages bij de autotunnel zijn in dezelfde futuristische stijl ontworpen door de stadsarchtecten Verbruggen en Van der Steur. De bouw liep vertraging op in 1939 door de mobilisatie. Tijdens de bezetting werd de bouw voortgezet onder Duits toezicht. Om te voorkomen dat de opening van de tunnel door de Duitsers zou worden aangegrepen voor veel vertoon, werd de tunnel in 1942 in stilte opengesteld. In september 1944 werd ze weer uit strategische overwegingen gesloten. Op 19 mei 1945 vond een tweede opening plaats.

We lopen het toegangsgebouw in

De houtenroltrappen lopen geven toegang aan de fietstunnel en de voetgangerstunnel die er onder ligt. In het gewelf van de roltrapschacht zijn mozaïeken van Gidding aangebracht, die verwijzen naar de functie en ligging van de tunnel.

We gaan weer naar buiten en steken bij de zebra over lopen links over het voetpad verder richting Euromast.

<9>

De Euromast werd in 1958-60 gebouwd in opdracht van de NV Eurotoren naar een ontwerp van Maaskant. Het was bedoeld als hoogtepunt van de floriade van 1961. Het was oorspronkelijk 100 meter hoog, omdat Maaskant vond dat je op groter hoogte toch niets meer konEuromast herkennen. Bovendien was men bang dat de bezoekers een hogere toren niet zouden durven bezoeken. In 1966 verloor de Euromast haar positie als hoogste gebouw aan de 123 meter hoge Medische Faculteit Rotterdam. In 1970 kon van de organisatie van het evenement C''70 een toren worden overgenomen. Normaal staan deze torens op de grond maar deze werd boven op de Euromast geplaatst. Daarmee was het weer het hoogste bouwwerk van de stad.

We lopen vóór de Euromast rechts de brug op die over het tunneltracee van de Maastunnel voert. Aan de overkant gaan we de trap af. We lopen iets naar links en gaan dan het eerste pad rechts Het Park in.

In 1851 kocht de gemeente de buitenplaats van Jan Valckenier, waarvan de tuin het grootste deel van het huidige park besloeg. De tuin was volkomen verwilderd. De gemeente wilde eerst een slachthuis hier laten bouwen, maar al snel vatte het idee post dat de stad behoefte had aan een recreatieve bestemming. J.D. en L.P. Zocher werden aangezocht om Het Park te ontwerpen. Zij hadden ook het Vondelpark in Amsterdam ontworpen. Later zouden zij ook de Westersingel inrichten. In 1863 was het park klaar. In 1875 werd het nog in westelijke richting uitgebreid door de aankoop van het landgoed De Heuvel. Het is aangelegd in de traditie van het Engelse landschapspark. Veel onregelmatige vormen in paden en waterpartijen, zodat het "natuurlijk" aandoet, zonder echt wild te worden.

We gaan meteen het eerste pad links in, het bruggetje over. We houden vervolgens rechts aan

ParkOver het water zien we rechts het standbeeld van de dichter en koopman Tollens (1780-1856), die het eerste officiële Nederlandse volkslied schreef ("Wien Neerlandsch Bloed door de Aderen vloeit…"). In zijn tijd werd de romanticus Tollens als de belangrijkste Nederlandse dichter beschouwd. Tollens leefde van de opbrengsten van de door zijn grootvader gestichte verfhandel en verffabriek en schreef zijn poëzie in zijn vrije tijd. In 1846 verliet hij de verfhandel en Rotterdam en trok hij zich terug op een buitenverlblijf bij Rijswijk (zh), waar hij 10 jaar later overleed. Het beeld is in 1860 opgericht en gemaakt door J. Stracké. Verder naar links is de voormalige officierssociëtiet villa Parkzicht uit 1912 zichtbaar. Het is gebouwd op de locatie van het vervallen huis van Valckenier. Hier werden concerten beluisterd en in de zomer zat men in de tuin. In de jaren '90 was hier de beruchte discotheek Parkzicht, de geboorteplaats van de Rotterdamse Gabberhouse. Nu is er een eetcafé gevestigd.

We lopen verder langs de vijver en gaan het eerste pad rechts.

Aan de linkerhand zien we het labyrinth en het Heerenhuys, ook wel de buitenplaats de Heuvel genoemd. Het dateert uit 1870 en is ontworpen door Metzelaar.  De buitenplaats werd in 1875 bij het Park gevoegd. Het is nu een Grand Café.

We lopen verder en voorbij de haag gaan we linksaf.

We lopen af op het witte koetshuis van landgoed De Heuvel. Het werd in 1858 gebouwd. Op de eerste verdieping woonde de koetsier.

We slaan rechts en lopen voor het koetshuis langs. Vervolgens linksaf, de brug over en weer linksaf.

Aan de rechterhand zien we de Parkflat liggen. De parkflat, met luxe appartementen is in 1958 voltooid door architect Groosman. Het heeft ook een gemeenschappelijk dakterras. Aanvankelijk was hier een gebouw van vier etages gedacht, dat aan zou sluiten op de bebouwing van de Westzeedijk, maar Groosman vond dat hoogbouw aantrekkelijker was in verband met het uitzich over het Park en de rivier.

We lopen in de richting van de Noorse Kerk.

<10>

 

De Noorse Zeemanskerk stond eerst aan  de Parkhaven, maar moest vanwege de tunnelaanleg in 1937 worden verplaatst. De kerk is het resultaat van een initiatief van de Noorse dominee Saxe, die als zeemanszendeling van 1906 tot 1922 in Rotterdam was gestationeerd. In 1913 werd een prijsvraag uitgeschreven die gewonnen werd door Arneberg enNoorse Zeemanskerk Poulsson. Het resultaat is een ingetogen kerkje met duidelijk kenmerken van de Noorse Staafkerken uit de 13e eeuw. De kerk is representatief voor de Nationalistische Romantische beweging in Noorwegen, ontstaan rond de onafhankelijkheid van Noorwegen in 1905. De beweging wilde Noorwegen ook in de bouwkunst een eigen identiteit verschaffen. Hiervoor werd teruggegrepen op elementen uit de oudnoorse bouwtradities. Beide archtitecten werden later beroemd met hun ontwerp voor het stadhuis van Oslo (1918-1952). De kerk is als bouwpakket uit Noorwegen naar Rotterdam verscheept, waar hij door Noorse timmerlieden in elkaar is gezet. De ranke vorm van het torentje wordt versterkt doordat de houten panelen verticaal zijn geplaatst.

Aan de overkant van de Westzeedijk ligt het Erasmus Medisch Centrum en de Medische Faculteit van de Erasmus Universiteit. Het Dijkzigt ziekenhuis werd in 1961 geopend als gemeentelijk ziekenhuis, ter vervanging van het in de oorlog verlorengegane Coolsingelziekenhuis. In een aparte vleugel is het zusterhuis ondergebracht. In 1965 besloot de regering een zevende medische faculteit te stichten in Rotterdam, die later in 1973 met de Nederlandse Economische Hogeschool de Erasmus Universiteit zou vormen. Voor de bouw van de faculteit ten oosten van het ziekenhuis, moesten de Ahoy hallen uit 1950 worden gesloopt. Het werd in 1968 voltooid door Hagoort en Martens. Het is 114 meter hoog. De hoogbouw bevat laboratoria en kantoren, de laagbouw collegezalen. Het betonskelet gaat schuil achter witte alluminiumplaten. De bouwtijd was uitzonderlijk kort door de toepassing van prefab-elementen. Inmiddels het Erasmus Medisch Centrum grootschalig vernieuwd en uitgebreid, waarbij  oude gebouwen worden vervangen door nieuwbouw. In 2018 werd de nieuwbouw voltooid zijn. Het EMC is het grootste ziekenhuis van Nederland.

We lopen linksaf de Westzeedijk af in de richting van het Drooglever Fortuynplein.

Tram 8 (Westzeedijk, Euromast)

Dijkzigt (aan andere zijde van het Erasmus MC complex, te bereiken via de parkeergarage aan de Westzeedijk)

 

 

Wandeling A - deel 3
Vorige Overzicht Volgende

© Eddy le Couvreur, 1999-2013

laatst bijgewerkt: 22-08-2013